Posts tonen met het label Agfa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Agfa. Alle posts tonen

woensdag 28 mei 2014

Agfa Clack



De verschillen zijn klein maar er bestaan 2 versies van de Agfa Clack. De eerste versie heeft geen ingebouwd geelfilter en een brandpuntsafstand van 86 mm. De latere versie heeft wel een geelfilter en een iets andere lens, namelijk met een brandpuntsafstand van 90 mm. 
Waarom er in de latere versie een andere (betere?) lens zat is onduidelijk, in de praktijk valt het verschil nauwelijks op. Pas toen ik de twee camera's naast elkaar had staan zag ik dat de lens van de eerste versie zo'n 4 millimeter verder naar binnen stond.
Heel groot is het verschil in brandpunt ook niet, omgerekend naar kleinbeeld komt het overeen met respectievelijk 37 mm en 38,5 mm. Voor die tijd overigens wel redelijk groothoekig.

Op zich is de Agfa Clack een beetje een saaie camera. Het ontwerp mist elke vorm van elegantie en de techniek is nauwelijks verassend. Het meest frivole aan de camera is waarschijnlijk zijn naam. 
Maar het is wel een degelijke en betrouwbare box-camera, het ontwerp is goed doordacht, de bediening is overzichtelijk en de resultaten zijn acceptabel. Bovendien was de Clack redelijk geprijsd en dus bereikbaar voor een groot publiek. Er zijn er meer dan anderhalf miljoen van verkocht.
Ik heb ooit eens horen zeggen dat speciaal voor Nederland de Clack nog een jaar langer dan gepland in productie is gebleven. Het is dan ook een camera die je eerder vroeger dan later op een rommelmarkt tegen komt.
Ik had al een Agfa Clack liggen en die tweede had ik eigenlijk alleen gekocht omdat er een bijna vol rolletje in zat. Ik was vooral benieuwd of daar nog iets op stond.
Pas later ontdekte ik dat ik twee verschillende camera's had.

Het verschil tussen de eerste versie van de Agfa Clack (links) en de tweede versie.

De Agfa Clack kwam in 1954 op de markt en de camera bleef ruim 10 jaar in productie. Het was de opvolger van de hoekige metalen Synchro Box en één van de laatste succesvolle 120-boxcamera's voordat het grote publiek massaal op kleinbeeld overstapte.
Het binnenwerk van de camera bestond grotendeels uit kunststof, de buitenkant was van metaal. Dat blik was bekleed met een weinig overtuigende imitatie van reptielenleer, alles in het zwart. De lens was een enkelvoudige meniscus.
De achterwand en dus het filmvlak was gebogen, dat gaf de camera een minder massief uiterlijk maar was vooral bedoeld om de lensfouten en de lichtafval aan de randen van het negatief zo veel mogelijk te beperken.
Het mechaniek was eenvoudig, de sluiter kende twee instellingen; B en M voor respectievelijk tijd- (Bulb) en Momentopnames, ca. 1/30e seconde. In de gebruiksaanwijzing was sprake van 1/35e seconde. Misschien iets te nauwkeurig ten opzichte van de realiteit.  
Verder was er keuze uit 3 instellingen; een zonnetje (diafragma f/16), wolkjes (diafragma f/11) en een stand voor opnames tussen 1 en 3 meter. In het laatste geval draaide er een extra lensje voor de lens om 'close-up' opnames mogelijk te maken.


Op de eerste versie stond onder de lens de tekst 'AGFA CAMERA-WERK AG' met als onderschrift 'München Germany', dit was de versie met de 86 mm lens. De latere versie had alleen het opschrift 'MADE IN GERMANY' onder de lens, dat was dus met een brandpunt van 90 mm. Bij deze latere versie leek de zoeker een iets kleinere beeldhoek te hebben al was dat door de tonvormige vertekening moeilijk te beoordelen.
Het is opvallend dat bij de latere modellen in plaats van het kleinste diafragma een geelfilter was gemonteerd, en dat in een periode waarin de kleurenfilm langzaam populair werd. Daar was de doelgroep van de Clack duidelijk nog niet aan toe. 


Voor het fotograferen met een Agfa Clack zijn twee dingen nodig; mooi weer en een vaste hand. In de jaren 50 was een film van ISO 50 gebruikelijk. De Isopan ISS met een gevoeligheid van 21 DIN (ISO 100) werd beschouwd als hooggevoelig. In  zonlicht is dat meer dan voldoende. Bij weinig licht kan een film van ISO 400 dan weer net genoeg ruimte geven om nog te kunnen fotograferen maar dan moet het rolletje wel vol bij dezelfde lichtomstandigheden.
Voor de Agfa Clack was een bijpassende flitser leverbaar, de Clibo, die ook op de Agfa Click paste. Uiteraard werkte die met losse lampjes. Met een richtgetal van 50 bij ISO 100 gaven deze meer dan voldoende licht om een sombere jaren-50 huiskamer tot in alle hoeken uit te lichten.
Een goed electronenflitsapparaat kostte in die tijd het 10-voudige van de camera en pastte dan ook nog eens niet op de geheel eigen flitsaansluiting van de Clack. Ook dat was duidelijk een andere doelgroep.


Mijn eerste foto's met de Agfa Clack waren overbelicht en bewogen. Dat kwam vooral door een twijfelende sluiter. In de loop der jaren was het mechaniek wat vuil geworden waardoor de belichtingstijd niet meer constant maar wel altijd meer dan voldoende was. De ring om de lens zat met één schroefje vast dus het was niet zo ingewikkeld om bij de sluiter te komen. Het schoonmaken was dan ook geen probleem.


De twee verschillende lenzen.

Gelijk de andere Clack ook maar even nagekeken zodat ik beide camera's met elkaar kon vergelijken. Met de lensjes los op tafel was duidelijk te zien dat ze op verschillende hoogte gemonteerd waren. Het werd tijd voor een tweede test, nu met twee camera's.

Als eerste viel op dat de negatieven uit de tweede versie minder dekking hadden.
Die waren dus wat krapper belicht. Het verschil in brandpunt was te klein om zo'n grote invloed op de belichting te hebben dus was de belichtingstijd korter. Ik weet niet of dat zo oorspronkelijk bedoeld was of dat het door ouderdom kwam. Ik had het idee dat het veertje dat de sluiter liet bewegen wat minder krachtig was. De kortere sluitertijd maakte de kans op bewegingsonscherpte in ieder geval wel minder.
Verder was er een verschil in scherpte maar ook dat was niet te herleiden tot een verschil in constructie. In de oudere Clack was de veer die de nog niet belichte film op zijn plaats moest houden een beetje verbogen en zat vast geklemd tegen het bakeliet. Daardoor had de film teveel speling en liep dus niet mooi strak door de camera. De beelden van de tweede versie Agfa Clack waren over het algemeen dus scherper.

Foto gemaakt met de eerste versie Agfa Clack.

Foto gemaakt met de tweede versie Agfa Clack.

Als de ene lens al beter was dan de andere, dan viel dat na deze test moeilijk te beoordelen, de individuele verschillen tussen de twee camera's hadden daarvoor een te grote invloed op de beeldkwaliteit. Het leek er wel op dat de oude lens iets contrastrijker was. De nieuwere lens had meer last van lichtafval, het midden was in verhouding lichter, de hoeken donkerder.
De optische prestaties van het objectief waren sowieso maar redelijk. Het midden tekende nog wel aardig scherp maar naar de hoeken werd dat snel een stuk minder. Wat dat betreft was het gebogen filmvlak niet toereikend. Het veroorzaakte wel een sterke tonvormige vertekening. Dat was bij normale foto's geen probleem maar bij een onderwerp met horizontale lijnen was het storend aanwezig.
Qua optiek was de Agfa Clack dus geen bijzondere camera. Ook de close-up stand gaf geen indrukwekkende aanvulling. Het leek een aardige optie om het scherptegebied te vergroten en de scherpte scheen ook wel iets dichterbij te komen maar dat kwam vooral omdat de achtergrond duidelijk onscherper werd. Het totale beeld werd vlakker en minder briljant. Dat was met een hoger contrast wel weer te corrigeren maar ik had niet het idee dat het beeld echt scherper werd.

Het verschil tussen een opname zonder (links) en met close-up instelling.

Het filmpje dat nog in de camera zat was Kodak Gold 400. Te nieuw voor leuke oude foto's, te oud voor een fatsoenlijk beeld. Na het ontwikkelen bleek de film flink gesluierd. De eerste foto was een dubbelopname, de tweede foto was bewogen. De rest van de beelden werd ontsierd door onscherpte en kleurvlekken.

Voor de jaren 50, toen veel foto's nog contactafdrukken waren, was de Agfa Clack een redelijke camera. Op een klein formaat vielen de beperkingen niet zo op. Het is nog steeds leuk om met een meer dan vijftig jaar oude camera foto's te maken ook al zijn de mogelijkheden van die camera beperkt. Het is nog leuker als die foto's dan ook nog min of meer voldoen aan de verwachtingen.
Dat is dan vooral afhankelijk van de individuele camera. Veel verschil tussen de eerste en tweede versie Agfa Clack is er volgens mij niet. De grootste verschillen worden bepaald door de mate waarin de techniek de afgelopen 50 jaar heeft doorstaan.
Als een Agfa Clack het nog doet is het een ongecompliceerde en degelijke box-camera. Degelijk maar misschien een beetje te braaf. De spanning was er na een paar rolletjes wel af. Dat lag niet aan de resultaten, die waren goed, of in ieder geval zoals verwacht. De Agfa Clack is gewoon een tikkeltje te saai.




















donderdag 6 juni 2013

Agfa Optima Sensor Electronic




Ik heb lang gedacht dat alle Agfa-camera's met een oranje 'Sensor'-ontspanknop  vooral consumentencamera's waren voor 110- of 126-cassettefilm. Dat leek mij niet echt interessant en niet alleen omdat de films nauwelijks meer te vinden zijn. Maar aan het einde van de jaren '70 bleek er ook nog een heel aardige serie kleinbeeldcamera's te zijn gemaakt waarvan het topmodel zelfs een echte meetzoeker was. Dat maakte het een stuk interessanter ook al was die meetzoeker erg zeldzaam. Een eenvoudiger model was sneller gevonden, de Agfa Optima Sensor Electronic.

Agfa was eerst en vooral fabrikant van film en fotografisch papier, de productie van camera's kwam op het tweede plan. Uitgangspunt was dat fotografie voor een groot publiek toegankelijk moest zijn, niet te duur en niet te ingewikkeld. Zo had het bedrijf een rijke historie in het produceren van goedkope box-camera's, bereikbaar voor een grote groep mensen en dus goed voor de verkoop van film.
Daarnaast had Agfa eigen laboratoria voor het ontwikkelen en afdrukken van film. De in deze afdrukcentrales opgedane ervaringen werden dan weer gebruikt om het fotograferen te vereenvoudigen. Zo kwam Agfa als eerste met een camera met belichtingsautomaat, de Optima uit 1959, waarvan in de daaropvolgende jaren een aantal varianten verscheen. De automaat zou het grote aantal over- of onderbelichtte foto's moeten beperken.

Als antwoord op de Instamatic-film van Kodak ontwikkelde Agfa de Rapid-cassette. De film werd hierbij van de ene cassette naar een andere getransporteerd waardoor terugspoelen niet meer nodig was. Een ander voordeel was dat bij het per ongeluk openen van de camera niet de hele film verloren was, de reeds belichtte beelden zaten veilig in één van de cassettes. Een nadeel was de beperkte filmlengte. Omdat er geen spoeltjes werden gebruikt werd de film voortgetrokken aan de perforatie. Bij te lange films scheurde die uit.


De grote hoeveelheid bewogen foto's die de klanten bij Agfa lieten afdrukken leidde tot de ontwikkeling van de Sensor-ontspanknop. Ten opzichte van de gangbare mechanische sluiters hoefde deze sluiter maar heel weinig en heel licht te worden ingedrukt waardoor bewegingsonscherpte werd voorkomen. Deze sluiters werden als eerste toegepast op de tweede generatie Optima's uit 1968, ontworpen in samenwerking met het ontwerpbureau Slagheck Schultes Design.
Deze Optima Sensor 200 en 500, het getal verwees naar de snelste sluitertijd,  waren strak vormgegeven camera's in klassiek chroom en zwart met bovenop de grote opvallende oranje-rode ontspanknop. Dit was niet alleen functioneel, het was ook een directe verwijzing naar de huiskleur van Agfa. Beide versies waren voorzien van een Apotar  1:2.8 / 42mm lens bestaande uit 3 elementen.

Uit ervaring wist men bij Agfa dat de meeste klanten nauwelijks afdrukken groter dan 10x15cm bestelden dus werden er ook niet zulke hoge eisen aan het objectief gesteld. In de loop van de jaren '70 kwam men van dit idee terug en dus kreeg de derde en laatste generatie Optima's de beschikking over beter glaswerk, de duurdere modellen dan toch.
De nieuwe generatie Optima's was wederom vormgegeven door Slagheck Schultes en dit keer mocht het allemaal wat onconventioneler. Het ontwerp was 'Duits' in de traditie van Bauhaus en Braun; helder, overzichtelijk en zakelijk. Dit was Design voordat dat meer betekende dan met zorg ontworpen. Het camerahuis was een rechthoekig blok met afgeronde randen. Voorop een grote ronde lens, rechts een ruime zoeker en bovenop de grote karakteristieke oranje ontspanknop. Als de camera niet mat zwart zou zijn geweest zou je kunnen denken dat het speelgoed was.

Er waren vier varianten. De eenvoudigste was de Optima Sensor 335 met een snelste sluitertijd van 1/300e seconde en een Agnatar 1:3.5 / 40 mm, een enkelvoudig gecoat lensje van 3 elementen. De Optima Sensor 535 had een snelste sluitertijd van 1/500e seconde en een betere lens, nog steeds enkelvoudig gecoat maar wel met 4 elementen, de Solitar 1:2.8 / 40 mm. Deze naam leek te verwijzen naar Solinar, Agfa's benaming voor lenzen van het Tessar-type zoals Agnatar leek op Agnar, Agfa's handelsnaam voor een enkelvoudige triplet.
De Solitar kwam terug op de Optima Sensor 1035 maar dan als Solitar S en voorzien van meervoudige coating. De snelste sluitertijd was 1/1000e seconde en als extra was de camera voorzien van een zelfontspanner.
Het topmodel kwam in 1979 uit, de Optima Sensor 1535, grotendeels identiek aan de 1035 maar in plaats van de zelfontspanner was deze camera voorzien van een meetzoeker. De andere modellen moesten het met een eenvoudige afstandschaal doen.


Ook de details waren soms wat onconventioneel. De statiefaansluiting zat rechts aan de zijkant en was gelijk de aansluiting voor een camerariem. In het filmcompartiment verdween de belichtte film onder een dekseltje, een systeem wat deed denken aan de Rapid-cassettes. In het filmcompartiment zat ook de batterijhouder voor drie PX 625 knoopcellen. De batterijen halverwege een film vervangen vereiste dus enige zorgvuldigheid. De gebruiksaanwijzing adviseerde in dit geval om de fotohandelaar te raadplegen.
Dit werd overigens ook geadviseerd in het geval er iets mis ging bij het transporteren of terugspoelen van de film. Hiervoor was een ingenieus systeem bedacht waarbij de transporthandel na het indrukken van een knop bovenop de camera veranderde in een terugspoelhandel. Een aardig idee maar misschien onnodig gecompliceerd. De verwijzing naar de fotohandelaar in de gebruiksaanwijzing gaf al aan dat het vertrouwen in deze constructie bij Agfa zelf ook niet zo groot was.

Een doorslaand commercieel succes werd deze serie niet, uit Japan kwamen voor hetzelfde geld camera's met meer mogelijkheden en betere specificaties. "Made in Germany" was niet meer voldoende als verkoopargument. In het begin van de jaren '80 werd de productie van de Agfa Sensor teruggebracht tot twee modellen, de 535 bleef maar nu onder de naam Optima Sensor Electronic, daarnaast verscheen de Optima Sensor Flash. Dit was een 535 met aangebouwde batterijhouder en opklapbare flitser, veruit de lelijkste Optima uit de serie die alle charme en elegantie van de andere modellen moest ontberen.
Later werd de productie nog overgebracht naar de Agfa-fabriek in Portugal maar dit bracht ook niet het gewenste economische voordeel en uiteindelijk werd de productie volledig gestaakt. Daarmee kwam een einde aan de rijke geschiedenis van Agfa als cameraproducent. De Optima Flash kende nog een tweede leven in China onder de naam Qingdao, maar wel nog steeds met de oranje ontspanknop van Agfa.
De Agfa Optima die ik had was dus de laatste serieuze camera die door Agfa was geproduceerd, waarschijnlijk in Portugal maar dat is nergens te zien.


Fotograferen met deze Optima is redelijk probleemloos. Volgens het internet werkt de lichtmeter ook op de alkali variant van de PX 625 en ik heb geen reden om aan te nemen dat het niet zo is. De belichting is volledig automatisch en dat gaat meestal goed. Alleen met tegenlicht heeft de automaat wat moeite, maar dat is inherent aan het systeem van licht meten. Je hebt nauwelijks een idee wat de camera doet en dat is soms jammer, maar je kan er ook niets aan beïnvloeden dus je hoeft je er ook niet druk over te maken. 
De afstand kan je instellen door uit drie symbooltjes te kiezen maar onderop de lens staat een meer nauwkeurige afstandenschaal van 0.9 m tot oneindig. Dat is soms handig maar meestal volstaan de symbolen.
Het terugspoelen van de film is, zoals verwacht, niet helemaal probleemloos maar het is uiteindelijk wel gelukt en de foto's zien er, op 10x15cm, goed uit. De beelden zijn over het algemeen mooi scherp. Alleen bij weinig licht en dus grotere diafragmaopeningen is er sprake van enige lichtafval in de hoeken en ook de scherpte wordt hier wat minder. Aan de negatieven is te zien dat de film niet altijd even vlak in de camera ligt, ook dat kan meespelen bij de mindere kwaliteit bij weinig licht.


Op zich is deze Agfa Optima een prettige camera om bij je te hebben als je gewoon wat foto's wilt maken maar geen zin hebt om veel zelf in te stellen. Zeker als het mooi weer is. De camera is compact en overzichtelijk en ziet er bovendien leuk 'retro' uit. En om in stijl te blijven, er wordt nog steeds kleurenfilm verkocht onder de naam Agfa al komt die tegenwoordig wel uit Japan.