Posts tonen met het label Zeiss. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zeiss. Alle posts tonen

maandag 16 maart 2015

Zeiss Ikon Ikoflex Ib (856/16)



Vanaf het moment dat ik deze Ikoflex uit een doos fotografica te voorschijn zag komen begon ik argumenten te verzinnen waarom ik deze camera absoluut nodig had. Uiteindelijk heb ik hem gekocht omdat ik hem mooi vond, van ontwerp, maar ook vanwege de staat waarin de camera verkeerde. Weinig gebruikssporen en met de originele tas, zonnekap en lichtmeter.
Het idee om deze Ikoflex uit 1957 te vergelijken met de 20 jaar oudere Ikoflex II die ik al had was minder doorslaggevend maar het speelde wel mee.


De Ib was één van de latere modellen van de Ikoflex en deze uitvoering was het eenvoudigste en goedkoopste model, voor zover je bij Zeiss Ikon van goedkoop kon spreken. De lens was een Novar-Anastigmat 1:3,5 f = 75 mm in een Prontor SV sluiter met een snelste tijd van 1/300e seconde. Er was ooit ook nog een versie leverbaar met een Tessar objectief en er was de meer geavanceerde Ikoflex IIa, ook met Tessar en een Synchro-Compur sluiter, maar die was veel duurder.
De vormgeving van deze camera's was een stuk soberder dan van de Ikoflex uit 1937, minder chroom en meer zwart. De camera's gaven meer de indruk één geheel te zijn. Mooier dus.


Het eerste wat mij opviel bij deze camera was dat het matglas groter en vooral helderder was. Volgens de gebruiksaanwijzing kwam dat door de ingeslepen fresnel-ringen. Op het matglas waren ook een aantal rasterlijnen geëtst, altijd een prettig hulpmiddel om de camera recht te houden. Het spiegelverkeerde beeld maakt dat al moeilijk genoeg. De scherpstelloupe was groter en de zoeker klapte net iets makkelijker open. Bij het dichtklappen vouwde het geheel zich automatisch ineen. Bij de oude Ikoflex moest je dat nog zelf doen.

Het filmtransport was een verbeterde versie van dat van voor de oorlog. Het inleggen van de film en op 1 zetten van de teller was hetzelfde. Nieuw was dat de transportknop blokkeerde zodra de film voldoende doorgedraaid was. Pas als er een opname gemaakt was kon de film weer doorgedraaid worden, dubbelopnames waren dus niet meer mogelijk. Bij de duurdere IIa werd tijdens het transporteren ook de sluiter nog gespannen maar die luxe moest deze camera ontberen. De sluiter spannen was nog een aparte handeling.


De ontspanknop zat niet meer aan de sluiter naast de lens maar op het camerahuis. Wanneer je de camera op je rechterhand liet rusten legde je bijna automatisch je duim op deze knop. De ontspanknop kon ingeklapt worden, dan was meteen de sluiter geblokkeerd.
Bij voorgaande modellen zat de ontspanknop bovenop de camera naast de zoeker. Dat was weliswaar een creatieve oplossing maar voor mijn gevoel niet de meest praktische plaats. De Box-Tengor uit die tijd, de 55/2, had ook de ontspanknop bovenop maar ook daar werd bij het volgende model, de Box-Tengor 56/2, weer gekozen voor een meer conventionele plaatsing aan de zijkant. Overigens werden zowel de Box-Tengor als de Ikoflex gemaakt in dezelfde fabriek, de voormalige Goerz-Werke in Berlijn.


Het diafragma en de sluitertijdeninstelling zaten netjes weggewerkt in het montuur van de opnamelens. Diafragma via een schuifje aan de zijkant, sluitertijd via de instelring die in een uitsparing onder de lens te bedienen was. Beide instellingen waren af te lezen via twee kleine venstertjes in de frontplaat. Verder was er nog een schuifje voor het instellen van de flitssynchronisatie. Er was keuze uit M en X-contact, de derde optie, V, was de zelfontspanner ('Vorlauf') die naar mijn idee iets te makkelijk per ongeluk ingeschakeld kon worden.

Bij het gebruik van de grote ronde zonnekap waren de diafragma- en sluitertijdinstelling wat moeilijker af te lezen. Ook het onderste deel van het matglas werd dan wat donkerder maar dat was in de praktijk niet storend. Wat mij wel stoorde was de paraattas. Bij het fotograferen wisselt het gewicht van de camera steeds van de ene naar de andere hand. Je stelt met je linkerhand scherp, transport en ontspannen doe je met rechts. Dan is het wel prettig als er nog een extra zekerheid aanwezig is in de vorm van een draagriem. Die draagriem is een vast onderdeel van de tas dus is die tas min of meer noodzakelijk. Omdat de klep ook een vast deel van de tas is slingert die de hele tijd onder de camera heen en weer. De klep kan bij het fotograferen ook ongemerkt voor de opnamelens komen en dat is jammer.


Verder is het fotograferen met de Ikoflex vrij probleemloos. Ik had van te voren de sluitertijden gecontroleerd en wist dat de sluiter bij de snelste tijden bijna een stop ruimer belichtte. Daar kan je dan rekening mee houden. Het matglas werkt een stuk prettiger dan dat van de Ikoflex uit 1937, het beeld is niet alleen helderder, het is ook een stuk nauwkeuriger. Ook het filmtransport is veel betrouwbaarder.
Die rare scherpstel-handle uit 1937 heeft het maar een jaar volgehouden, daarna kon je gewoon scherpstellen met een draaiknop, een royaal bemeten draaiknop.


Een Novar-Anastigmat is natuurlijk een ander soort lens dan een Tessar. Eenvoudiger van ontwerp en dus goedkoper. Toch vielen de prestaties mij niet tegen. De foto's waren mooi scherp en contrastrijk, zeker in het midden. Naar de randen toe werd dat iets minder en in de hoeken werd het beeld ronduit wollig en aanzienlijk donkerder. Dat was ook niet helemaal op te lossen met een kleiner diafragma. Op zich hoeft dat ook niet altijd een probleem te zijn, het is maar zelden zo dat het hoofdonderwerp zich in de hoek van het beeld bevindt.


Waar ik vooral van onder de indruk was waren de prestaties in tegenlicht met de zon bijna of helemaal in beeld. Dat zonlicht werkte dan via de emulsie wel door in het volgende negatief maar het beeld op zich bleef aardig overeind. Bij de oude ongecoate Tessar uit 1937 zou het onderwerp al lang aan overstraling ten onder zijn gegaan. Natuurlijk speelt de coating hierbij een grote rol, maar misschien heeft het ook wel met de constructie van de lens te maken. En triplet heeft nu eenmaal minder glasvlakken dan een Tessar en dus in basis al minder kans op storende reflecties. Misschien moet ik maar eens op zoek naar een Ikoflex met een gecoate Tessar  om te vergelijken.









zondag 1 februari 2015

Zeiss Ikon Nettar 517/2


In 'Het Fotoboek' van Dick Boer (7e druk, 1954) wordt door de auteur ten zeerste afgeraden om te fotograferen met een rolfilm-balgcamera. Eén van de redenen was het gebrek aan controle op de scherpstelling. Bovendien maakte de kleine zoeker het onmogelijk om zorgvuldig en aandachtig te werken.

De beginnende amateur werd aangeraden een oude statiefcamera met groot matglas aan te schaffen. Voor de gevorderde fotograaf was er de (twee-lens) reflexcamera of de kleinbeeldcamera met meetzoeker. De gewone rolfilmcamera werd vooral beschouwd als een 'weinig plaats innemende box'.


Hoewel 'Het Fotoboek' één van mijn eerste boeken over fotografie was hebben deze aanbevelingen mij er nooit van weerhouden om met dit soort camera's te gaan fotograferen. Dat begon toen ik een jaar of vijftien was met een Zeiss Ikon Nettar 517/2. Deze camera kwam uit een doos met oude camera's van mijn grootvader. Overigens kwam 'Het Fotoboek' ook bij mijn opa vandaan.

Heel gecompliceerd was de camera niet. Het objectief was een Novar-Anastigmat 1:4,5 105mm, een triplet met frontlensscherpstelling. De sluiter was een Pronto met vier tijden (1/200e, 1/100e, 1/50e, 1/25e) en B. Het was een eenvoudige maar degelijke balgcamera voor 120-film waarmee je 8 negatieven van 6x9 cm kon maken.

De Nettar was in de jaren '50 de eenvoudigste serie rolfilmcamera's van Zeiss Ikon.
Ze waren leverbaar met verschillende objectieven en sluiters, ook voor 6x6 cm.
Daarnaast was er een serie Ikonta's, duurder en met betere lenzen en sluiters. Ook in twee formaten. Het beste, en duurste, waren de Super-Ikonta's die voorzien waren van een gekoppelde meetzoeker. Dat viel allemaal een beetje buiten het budget van mijn grootvader.


Ik denk dat deze Nettar in het midden van de jaren '50 is gekocht. In het archief van mijn opa vond ik een foto van de motortrawler VL 27 'Burgemeester Heusdens' in de haven van Vlaardingen, gemaakt met deze camera. Die foto moet in 1957 gemaakt zijn want een jaar later was het schip verkocht naar Katwijk. 
Van deze camera bestaat ook nog een identiteitsbewijs. Dat zegt niet zo veel over de aanschafdatum. Zo'n identiteitsbewijs was pas nodig als dit soort luxe goederen mee naar het buitenland werden genomen. In dit geval in januari 1959.

De productie van deze camera's was toen al een paar jaar gestopt maar Foka in Rotterdam bood deze en andere Zeiss Ikon rolfilmcamera's nog aan voor sterk gereduceerde prijzen. Waarschijnlijk om van de oude voorraad af te komen.
Kleinbeeldcamera's werden steeds beter en goedkoper en het marktaandeel van rolfilm liep sterk terug, zeker voor de amateurs, maar mijn opa bleef de rolfilm trouw.


Dick Boer had natuurlijk niet helemaal ongelijk. Een 6x9 balgcamera is niet de meest praktische camera. Ingeklapt is alles nog vrij handzaam maar zwaar (ruim 750 gram). Uitgeklapt is het een groot en wat onhandig apparaat. Wat dat betreft liggen de meeste box-camera's beter in de hand vanwege hun compactere constructie. De ontspanknop zit links en dat is even wennen en de zoeker is klein en niet al te nauwkeurig.




De vier sluitertijden en verschillende diafragma's maken het mogelijk om veel nauwkeuriger dan met een box te belichten. Het objectief is van een veel betere kwaliteit dan de lens van een boxje en er kan mee scherpgesteld worden, al blijft dat vaak een beetje gokken. Als alles mee zit komen er mooie grote negatieven uit deze camera en die zijn van aanzienlijk hogere kwaliteit dan beelden uit een box-camera.

Naar de hoeken wordt het beeld wat donkerder en ook de scherpte en het contrast worden minder maar verder is het beeld goed. Dankzij het grote negatiefformaat zijn de negatieven mooi van toonschaal en goed gedetailleerd. Daarbij is de scherptediepte kleiner, in ieder geval ten opzichte van kleinbeeld bij gelijk diafragma. Dat vereist wel zorgvuldig scherpstellen, zeker bij grote diafragma's.

Na het ontwikkelen van mijn films vond ik de negatieven nogal zwaar. Daarom heb ik de sluitertijden maar eens getest. Die bleken toch wat langer dan oorspronkelijk bedoeld. 1/25e was 1/18e, 1/50e was 1/30e en 1/100e kwam in de buurt van 1/70e seconde. 1/200e was maar nauwelijks sneller met 1/80e seconde. Of dat door ouderdom of vervuiling komt weet ik niet. Misschien moet ik de sluiter  schoonmaken of volgende keer gewoon een stuk krapper belichten.

Zolang je rekening houdt met de beperkingen van de rolfilm-balgcamera valt er met dit soort camera's nog prima te fotograferen. En omdat er maar acht negatieven op een rolfilm gaan ga je vanzelf zorgvuldig en aandachtig werken. Ondanks de bedenkingen van meneer Dick Boer.








vrijdag 21 juni 2013

Zeiss Ikon Box-Tengor 56/2




Een betere boxcamera dan de Box-Tengor van Zeiss Ikon ben ik nog niet tegengekomen. Fotograferen met een box is fotograferen met beperkingen en dat geldt net zo goed voor de Box-Tengor, ook al heeft deze iets meer mogelijkheden dan gemiddeld, het blijft een box. Maar wel een box die zich onderscheidt door een opvallend goede lens, de Goerz Frontar.

De Frontar is een objectief dat bestaat uit twee delen, een positieve lens van kroonglas en daaraan vastgekit een negatieve lens van flintglas. Beide lenzen zijn zo geslepen dat zij een groot deel van elkaars fouten corrigeren. Niet alle lensfouten worden op deze manier optimaal gecorrigeerd maar door het in verhouding kleine diafragma van F11 zijn de meeste niet meer storend. Het diafragma zit bovendien een stukje achter de lens zodat storende reflecties de film niet kunnen bereiken. Dit alles maakt dat foto's gemaakt met de Box-Tengor nog redelijk scherp en brilliant zijn, zeker ten opzichte van foto's met andere box-camera's die het vaak met een eenvoudige ongecorrigeerde meniscuslens moeten doen.

In het midden van de jaren '20 bestond de camera-industrie in Duitsland uit talrijke, meestal kleine, fabriekjes die elkaar met een breed assortiment camera's beconcurreerden. In 1926  fuseerden 4 camerafabrikanten, zelf vaak ook al het resultaat van een fusie, met de lenzenfabrikant Carl Zeiss tot Zeiss Ikon. Het doel was om zo een sterkere marktpositie te creëren, onderlinge concurrentie te voorkomen en voor Carl Zeiss een vaste afzetmarkt te garanderen. Dat laatste lukte maar de verschillende onderdelen bleven elkaar binnen het concern met hun eigen assortiment beconcurreren, voortaan onder dezelfde naam, en nu ook met dezelfde lenzen. Carl Zeiss had in het geheel een meerderheidsaandeel van 53% zodat al het glaswerk voortaan uit Jena kwam.



Eén van de onderdelen van Zeiss Ikon was C.P. Goerz uit Berlijn, aanvankelijk vooral producent van optische apparatuur waaronder verrekijkers, periscopen, richtapparatuur en afstandsmeters. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het bedrijf 's werelds grootste producent van militaire optische apparatuur. Na de oorlog legde het bedrijf zich noodgedwongen toe op de productie van rekenmachines en cylindersloten maar ook camera's  en projectoren.
In 1925 bracht Goerz de eerste Box-Tengor op de markt, een vrij eenvoudige box met 3 diafragma's. De rijke achtergrond in de optiek was terug te vinden in het ontwerp van de lens, de Hahn Goerz Frontar. Na de fusie verdween de naam Hahn van de camera, maar de naam Goerz bleef gehandhaafd. Ook op de nieuw berekende Frontar van de Box-Tengor 56/2 uit 1948. Maar ook die kwam nog steeds uit dezelfde fabriek in Berlijn.

De eerste Box-Tengor van Zeiss Ikon (modelnr. 756) was een licht gewijzigde Goerz, technisch vrijwel identiek. De tweede wijziging kwam in 1928 en was ook vooral cosmetisch, de twee matglaszoekertjes die eerst linksboven onder elkaar zaten kwamen links en rechts in de frontplaat te zitten waardoor de camera mooi symmetrisch werd. Bovendien was de afdekplaat van de sluiter nu spiegelend. Dat had verder geen bijzondere functie maar bleef tot het einde van de serie wel een mooi handelsmerk. Het modelnummer werd gewijzigd in 54/2, waarbij de 2 stond voor 6x9 cm op 120 film. In de loop van de jaren '30 werd ook een aantal varianten voor verschillende andere filmformaten gemaakt.

In 1934 volgde een ingrijpender modelwijziging, de camera kreeg een hoekige metalen frontplaat. Naast 3 diafragma's kon er nu ook uit  3 afstanden gekozen worden, 1-2 meter, 2-8 meter of van 8 meter tot oneindig. Hierbij werd er een extra lensje achter de Frontar gedraaid. De matglaszoekers hadden plaats gemaakt voor brilliantzoekers.
In 1938 werd de camera opnieuw gewijzigd, de sierplaat op het front bestond voortaan uit drie cirkels, de ontspanknop verhuisde naar een plaatsje bovenop de camera en de camera was voorzien van een dubbelopnameblokkering. Deze camera met typeaanduiding 55/2 bleef, met onderbreking, tot 1948 in productie. 
In dat jaar verscheen de laatste variant van de Box-Tengor, de 56/2. Deze was voorzien van een opnieuw berekende Frontar, nu met een lichtsterkte van F9 in plaats van F11 en voorzien van een enkelvoudige coating. De ontspanknop was weer terug aan de zijkant en de camera had nu ook een flitscontact. De Box-Tengor 56/2 was de laatste en meest complete box-camera van Zeiss Ikon en zou tot 1956 in productie blijven.



De constructie was eenvoudig maar doeltreffend, de hele camera was van dun blik dat zijn stevigheid ontleende aan de manier waarop de verschillende onderdelen in elkaar waren gevouwen. Alleen de frontplaat met lens zat met 2 schroefjes vast. De buitenkant was bekleed met kunstleer. Al het mechaniek zat achter het front en was zo eenvoudig van constructie dat er zelden iets kapot kon gaan, onderdelen vervangen was sowieso bijna onmogelijk omdat alles vastgeklonken of gevouwen was. Het enige onderhoud dat je aan deze camera kon plegen was afstoffen en oppoetsen.
Om  een film in te leggen hoefde alleen de doosvormige achterkant losgehaald te worden. Deze bleef dan met het riempje met de rest van de camera verbonden.



Fotograferen met de Box-Tengor is niet moeilijk, de zoekers zijn helder en overzichtelijk als je er recht en vanaf de juiste afstand in kijkt, het beeld is wel gespiegeld. Verder moet je alleen de afstand en het diafragma instellen.
Bij de gebruiksaanwijzing zat nog een los briefje met een belichtingsadvies, 'Voor de meeste foto's buiten en met goed weer gebruikt U 
diafragma 11,
 bij zeer fel zonlicht ook diafragma 16. Is het weer triestig en is het dus wat donkerder, dan zult U met diafragma 9 goede resultaten verkrijgen'
Dat was uit de tijd dat een film van ISO 100 al als zeer gevoelig gold.



Voor mijn testfoto's heb ik FP4 van Ilford gebruikt en af een toe een geelfilter om de wolken wat beter uit te laten komen. De scherpte van de meeste negatieven is goed, alleen aan de uiterste randen wordt alles wat minder en in de hoeken is er sprake van enige lichtafval. De foto's waarbij de ingebouwde extra lensjes gebruikt werden, voor onderwerpen dichterbij, zijn in het midden nog mooi scherp maar naar de randen toe wordt alles al snel wat wollig.
Met niet teveel tegenlicht hebben de negatieven een mooi contrast en er is nergens sprake van storende vertekening. Een paar negatieven vertonen een beetje bewegingsonscherpte, een vaste sluitertijd van 1/30e seconde is eigenlijk net iets te lang om probleemloos uit de hand te fotograferen. 

Het is altijd leuk als je met een camera met zo weinig mogelijkheden toch nog een geslaagde foto weet te maken. Dat lukt alleen als de omstandigheden een beetje meewerken en redelijk constant zijn, anders is een camera met meer mogelijkheden beter op zijn plaats. Maar bij goed weer kan je best een paar mooie foto's maken met een boxcamera, en zeker met de Box-Tengor.